Onder de leden

SPF
Sun Protection Factor of beschermingsfactor, gewoonlijk afgekort tot SPF, is een maat voor de doeltreffendheid van zonnebrandcrèmes en -lotions bij het tegenhouden van UV-B-straling, die verantwoordelijk is voor het verbranden van de huid bij blootstelling aan zonlicht. De SPF-aanduiding heeft enkel betrekking op de doeltreffendheid van de ultravioletfilter in de zonnebrandcrème voor UV-B-straling, niet voor UV-A-straling.

SPF is een relatieve maat, die aangeeft hoeveel langer iemand die beschermd is mét zonnebrandcrème, in de zon kan blijven dan iemand zonder bescherming, vooraleer er zonnebrand optreedt. In de praktijk hangt de tijd die men in de zon kan verblijven zonder te verbranden niet alleen af van de SPF van de zonnebrandcrème, maar ook van andere factoren zoals het huidtype, de hoeveelheid zonnebrandcrème die men gebruikt, de activiteiten die men doet enz.

In 2006 is er internationaal een uniforme meetmethode voor SPF afgesproken[1]. Het is een in vivo-methode: op een stukje huid van een aantal vrijwilligers wordt zonnebrandcrème aangebracht, en onder een kunstmatige lichtbron wordt gemeten hoelang het duurt vooraleer die huid verbrandt. De methode wordt gebruikt in Europa, Japan en Zuid-Afrika; in de Verenigde Staten wordt een afwijkende methode gebruikt.

Zonnebrandcrèmes worden volgens hun SPF ingedeeld in verschillende klassen:
  • lage beschermingsfactor: SPF 6 tot 10
  • matige beschermingsfactor: SPF 15 tot 25
  • hoge beschermingsfactor: SPF 30 tot 50
  • zeer hoge beschermingsfactor: SPF 50+

In de Europese Unie mogen geen hogere beschermingsfactoren dan 50 op de producten aangeduid worden; in de plaats daarvan moet "50+" gebruikt worden. De reden is dat dergelijke hoge beschermingsfactoren de indruk wekken dat men met deze producten zeer lang in de zon mag blijven; maar dan verhoogt het risico op huidkanker door blootstelling aan UV-stralen (waarvoor ook UV-A-stralen verantwoordelijk zijn). De beschermingsfactor houdt daar geen rekening mee.

(Bron: wikipedia.nl)
Smeren, smeren, smeren
Met zonnebrand en aftersun

Drogist Adrien Coolen krijgt veel vragen over de beste bescherming tegen de zon. “Er is maar één antwoord, smeren, smeren en nog eens smeren. Dat vertelde mijn ouders, die een drogisterij in Tilburg hadden, mij al op jonge leeftijd.”
Dit artikel kwam tot stand met medewerking van REZO

“We zijn ons tegenwoordig bewust van de schade die de zon kan aanrichten”, zegt drogist Adrien Coolen van drogisterij Noordveld te Nuenen. Daarbij hoef je niet alleen aan huidkanker te denken. De zon droogt de huid ook uit en daar wordt die oud van. Voor veel mensen is dat een groot probleem. Die willen er graag goed, gezond en zo jong mogelijk uitzien. En een lekker kleurtje krijgen, maar ook verantwoord zonnen.”



Veilig zonnen én lekker bakken
Om het juiste advies te geven in dat wankele evenwicht is niet eenvoudig. “Vooral de mensen die willen genieten van de zon, moeten een balans vinden tussen veilig zonnen én lekker bruin worden. Daarbij moeten ze ook nog eens het juiste middel kiezen dat hen beschermt. Dat is niet gemakkelijk. Voor mij persoonlijk geldt dat ook. Maar ik smeer me braaf in met zonnebrand. Niet alleen vanwege de mogelijke gevolgen, maar ook omdat mijn dochter mij in de gaten houdt. Ze studeert geneeskunde en ze zou me het liefst een zonnebrandmiddel voorschrijven met een hoge beschermingsfactor.”

Melkflessenwitte huid
De rekensommen hoe lang je in de zon mag zitten met een bepaalde beschermingsfactor, zijn volgens Coolen beperkt houdbaar. “Voor mij tellen die sommen niet. De huidskleur is bepalend. Bij een teint die gemakkelijk kleurt, is meestal factor vijftien voldoende. Staat er iemand met een melkflessenwitte huid voor me, dan adviseer ik minimaal vijfentwintig. Voor kleine kinderen raad ik beschermingsfactor veertig aan. Het blijven natuurlijk allemaal adviezen. Ik vertel overigens altijd hetzelfde verhaal: Blijven smeren! Minimaal vier keer per dag. Kinderen moeten voortdurend worden gecontroleerd, omdat water en zand het zonnebrandmiddel van de huid verwijdert. Daarnaast adviseer ik, overigens altijd vrijblijvend, om na het zonnen aftersun te gebruiken. Daarmee breng je vet en vocht in. Aftersun heeft bovendien een kalmerend effect op de huid.”

Australië
Voor verre vakantiebestemmingen hoef je volgens Coolen geen hogere beschermingsfactoren te gebruiken. “De zon is overal even schadelijk. Mogelijk denken wetenschappers er anders over, maar uit eigen ervaring weet ik beter. Het afgelopen jaar ben ik in Australië geweest. Een gevaarlijk land voor zonneaanbidders. Want de ozonlaag zou daar verdwenen zijn, waardoor de UV-stralen vrij spel zouden hebben. Met mijn normale zonnebrandmiddelen in de koffer zijn we in het vliegtuig gestapt. Wel hebben we een speciale lippenstift meegenomen om onze lippen en onze oren te beschermen. Die drie weken heb ik geen last van de zon gehad. En mijn vrouw, die een veel lichtere huid heeft dan ik, heb ik ook niet horen klagen.”