Tegen de zomer zijn bijna alle Nederlanders ‘hard aan vakantie toe’. Dat vinden we tegenwoordig heel normaal. Toch was er een tijd dat vakantie helemaal niet bestond; dat elke werkdag 12 tot 14 uur duurde en het heel gebruikelijk was om ook op zaterdag te werken of naar school te gaan. Alleen een paar bevoorrechte mensen konden zich een hotelverblijf in de bergen of aan zee veroorloven. Vakantie betekende voor de meeste Nederlanders een dagje naar de grotten in Valkenburg of een fietstochtje naar ome Jo in Apeldoorn. De meeste werknemers kregen pas in de loop van de jaren vijftig van de vorige eeuw recht op betaalde vrije dagen. Twee weken per jaar. Een decennium later gingen ook de lonen fors omhoog en begon men massaal vakantie te vieren. Ome Jo uit Apeldoorn ging eerst mee naar een pensionnetje in de Ardennen en naarmate de welvaart steeg en het aantal vakantiedagen toenam, waagde ook hij zich steeds verder. Hij stapte in de bus of liet zich zelfs per vliegtuig vervoeren naar een camping of appartement aan één van de Spaanse Costa’s. En tegenwoordig waagt de Nederlandse toerist zich desnoods aan een tocht tot diep in de binnenlanden van Borneo. Ver weg van huis ontsnapt hij aan het dagelijkse bestaan, dat steeds gejaagder en drukker wordt. Hoewel… met die drukte valt het volgens veel onderzoekers nogal mee.
Vrij, vrij, vrij!
“Druk, druk, druk!” Dat antwoord krijgen we vaak te horen als we mensen vragen hoe het met ze gaat. En ook al wordt ons regelmatig op het hart gedrukt dat we vooral meer moeten ‘onthaasten’, toch is het op zijn zachtst gezegd een opmerkelijke uitspraak. Want voor hetzelfde geld zouden we kunnen we zeggen: “vrij, vrij, vrij!” Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hebben Nederlanders van 12 tot 65 jaar tegenwoordig evenveel uren vrij als dat ze werken. Per week vullen ze gemiddeld 168 uur (7x24 uur). In 2005 verdeelden ze die als volgt: 44.3 uren gingen op aan verplichtingen zoals werk, zorg voor het gezin, huishouding, boodschappen en studie. Iets meer tijd, 44.7 uur, brachten ze door met sport, lezen, televisiekijken, computeren, uitgaan, hobby’s, verenigingsleven en sociale contacten. Dit is de feitelijke vrije tijd. De 76.2 uren die overblijven, is de grootste hap. Die gebruiken onze landgenoten voor ‘persoonlijke verzorging’, wat volgens het SCP staat voor zaken als eten, slapen, badderen en optutten. De vakantietijd is in deze getallen niet meegenomen. Volgens deze cijfers hebben we het dus (veel) minder druk dan in de jaren vijftig, toen we nog nauwelijks op vakantie gingen.
Onderscheid vervaagt
Desondanks schatten mensen hun vrije tijd een stuk lager in dan deze in werkelijkheid is. Uit een onderzoek van het SCP bleek dat de ondervraagden dachten maar 23 uur per week vrije tijd te hebben: de helft van het echte aantal uren! Hoe komt het dat we het gevoel hebben dat we zo ‘druk, druk, druk’ zijn? Eén van de redenen die arbeidsdeskundigen noemen, is dat de grens tussen privé-leven en werk begint te vervagen. Het aantal thuiswerkers stijgt en vier van de vijf Nederlanders zijn via hun mobieltje altijd bereikbaar, ook op hun vrije dagen. Het gebeurt regelmatig dat de baas of collega’s dan even bellen. “Net op het moment dat ik met de kinderen op Texel een schaap aan het scheren was”, zegt Wilma Swan uit IJmuiden. Anderen maken ‘s avonds thuis nog gauw een opdracht af of checken in het weekend de e-mail van hun werk. Uit recent onderzoek van Ernst & Young (accountancy en belastingadvies) blijkt, dat 40 procent van de ondervraagden voor een deel thuis werkt.
Moeten, moeten, moeten!
Niet alleen vervaagt het onderscheid tussen privé-leven en werk daardoor, volgens vooraanstaande psychologen zoals de Tilburgse hoogleraar Ad Vingerhoets houden we ook ons geestelijk elastiekje te lang en te strak gespannen. We ‘moeten’ te veel van onszelf. Deze deskundigen erkennen dat we tijdens het werk vaak geacht worden ‘efficiënter’ te werken dan vroeger, maar ze vinden ook dat dit anders behoort te liggen voor de vrije tijd: zowel ’s avonds als in de weekenden als op vakantie. In de praktijk blijken we onszelf echter maar al te vaak aan te praten, dat we die en die film ‘moeten’ zien, omdat hij al maanden een kaskraker is. Dat we nummer één van de boeken top 10 ‘moeten’ lezen; een goed gesprek ‘moeten’ voeren met onze partner en kinderen of elke avond minstens een uur achter de computer ‘moeten’ zitten om te hyven en te mailen. En van de vakantie kunnen we niet terugkomen zonder opnames van bezoekjes aan kathedralen in Frankrijk, bergwandelingen in de Andes of zwemtochtjes met dolfijnen in Egypte. We ‘moeten, moeten, moeten’. Of, zoals Janny de Vrijer vertelt: “Met een bevriend stel waren we op vakantie. Ik zat lekker voor het huisje dat we in Frankrijk hadden gehuurd, de kinderen vermaakten zich prima buiten. Staat die man van dat andere stel opeens op en zegt: ‘Zo, wat zullen we gaan doen!?’ En dat deed hij elke dag weer.”
En dat is heel jammer volgens deskundigen als Vingerhoets. Want vakantie en vrije tijd zijn bij uitstek dé gelegenheden om de touwtjes te laten vieren en energie op te doen voor de rest van het jaar.